Verkavelingsvlaams

Wat is tussentaal?

Weinig taalgebruikers hebben de laatste jaren zoveel kritiek over zich heen gekregen als de tussentaal sprekende Vlaming. Tussentaal zou tekenend zijn voor ‘gemakzuchtige provincialen!’ die ‘zelfgenoegzaam een gezellig debielentaaltje spreken!’. Dergelijke uitlatingen lijken de populariteit van tussentaal weinig of niet te deren. Maar wat is die tussentaal eigenlijk? Waarom wordt ze zo verguisd?

Lees erover op Taalcanon.nl

Indianenverhaal

Op de nieuwssite Apache verscheen op 17 april 2014 een interview met Kevin Absillis, over Verkavelingsvlaams, Algemeen Nederlands, Bart De Wever, Vlaamse kunstenaars en nog wat. Een fragment:

Samen met Jürgen Jaspers en Sarah Van Hoof stelde Absillis een bundel samen over de tussentaal in Vlaanderen, oftewel het Verkavelingsvlaams. Ze tornden met veel bombarie aan het algemeen Nederlands of de standaardtaal en daarmee riepen ze een vloek over zichzelf af van mensen als Geert van Istendael en Mia Doornaert. In het debat dat volgde konden ze maar weinig steun vinden. Taal ligt in de 21e eeuw in Vlaanderen nog steeds heel erg gevoelig.

[Absillis:] Er bestond veel verwarring over wat wij precies verdedigden: mensen dachten dat we het Standaardnederlands wilden afvoeren en tussentaal introduceren als nieuwe norm. Dat is natuurlijk niet zo. Wij wilden enkel evidente vragen stellen over taal in Vlaanderen. Welk Nederlands mogen we verwachten van mensen met een migratie-achtergrond? Welk niveau moeten studenten hebben na zes jaar middelbaar onderwijs? Het minimum moet zijn dat iedereen op een volwaardige manier aan de democratie kan deelnemen. Mensen moeten de communicatie van de overheid begrijpen, en met die overheid ook in dialoog kunnen gaan. Dat is elementair. Maar moeten we daarnaast van iedereen dezelfde beheersing van AN verwachten? Hoe zinvol is dat?

Is het niet de ambitie van ons onderwijssysteem om iedereen Standaardnederlands te leren?

Ik ben afgestudeerd in een richting waar wij in de laatste twee jaren nog twee uur wiskunde kregen per week. Dat maakt van mij eigenlijk een wiskundige analfabeet. Maar er is helemaal niemand die daar zwaar aan tilt. Als de Vlaamse overheid echt wil dat we met zijn allen Standaardnederlands kunnen schrijven en spreken zoals het sommigen voor ogen staat, dan moeten we de uren Nederlands in het middelbaar minstens verdubbelen. Ten koste waarvan zullen we dat organiseren?

Taal is misschien wel belangrijker dan wiskunde.

Ja, dat vind ik natuurlijk ook. En ik wil ook nog wel eens dromen dat iedereen zich kan uitdrukken in een verzorgde en rijk geschakeerde taal, maar we moeten daar realistisch in zijn. In de praktijk ontbreken daarvoor de tijd, de energie, het geld, en als het er echt op aan komt ook de politieke wil. Terzelfder tijd worden in de publieke ruimte wel allerlei onrealistische verwachtingen openlijk gekoesterd en dat schept problemen. Denk aan nieuwe Belgen: wanneer spreken zij voldoende Nederlands om te worden aanvaard in de samenleving? Bij de VRT is een licht accent vaak zelfs al een probleem. Gevolg: mensen met een migratieachtergrond komen amper in aanmerking om een programma te presenteren. Let wel: dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van de VRT. Enquête na enquête wijst uit dat de gemiddelde Vlaming heel weinig tolerant is voor accentvariatie op de openbare omroep. Of neem mensen die op school nooit de kans hebben gehad om de Standaardtaal tot in de puntjes aangeleerd te krijgen. Of mensen die er gewoon het talent niet voor hebben, die bestaan ook. Moeten die mensen daarvoor nog eens extra worden gestraft?

Wil de overheid geen geld investeren in taalonderwijs?

Er is in ieder geval iets vreemds aan de hand met de politieke partijen die taalonderwijs, zeker voor nieuwkomers, belangrijk zeggen te vinden. Het eerste wat opvalt is dat je die politici zelden of nooit Algemeen Nederlands hoort praten, en echt geïnteresseerd in de culturele emancipatie van mensen lijken ze ook al niet. Integreren betekent in de eerste plaats toch, behalve zo weinig mogelijk ‘overlast’ veroorzaken, economisch nuttig zijn. De grap is natuurlijk dat de economische emancipatie van de Vlaming geen enkel verband vertoont met diens beheersing van het AN. Vele opiniemakers vinden toch dat bankiers, bedrijfsleiders, politici en noem maar op schabouwelijk Nederlands praten. Ze spugen taal, zou Hugo Camps schrijven. De paradox is natuurlijk dat het hier over in maatschappelijke termen bijzonder sterk geëmancipeerde mensen gaat. Met andere woorden: wie in Vlaanderen succesvol wil zijn, heeft dat algemeen Nederlands blijkbaar helemaal niet nodig. Dat geldt eigenlijk ook voor de cultuurwereld. Wat heb je aan onze standaardtaal als je vandaag naar het theater gaat? Niet veel. Of probeer Boon, van Ostaijen of Conscience eens te lezen: ook de taal van hun werk wijkt behoorlijk af van het algemeen Nederlands.

Toch werden jullie door een schrijver als Dimitri Verhulst hard aangevallen.

Ja, terwijl zijn boeken geschreven zijn in een soort Verkavelingsvlaams, deels ongetwijfeld bewust, maar deels zeker ook onbewust. Hij windt zich er trouwens openlijk over op dat zijn Noord-Nederlandse redacteur Belgische of dialectische uitdrukkingen uit zijn teksten probeert te halen. Maar, goed, na de publicatie van ons boek viel iederéén ons aan. Men beweerde dat wij kansarme mensen wilden opsluiten in hun getto van slecht Nederlands en afschermen van een geprivilegieerde cultuur. Maar in werkelijkheid hoor je in de privésfeer en in de publieke ruimte almaar minder algemeen Nederlands.

Er bestaat een taboe om tussentaal te bediscussiëren, maar iedereen spreekt het al.

Dat is het schizofrene aan de discussie in Vlaanderen. En nog iets dubbelhartigs aan dit hele debat: de meest progressieve geesten, die in andere discussies zo uitblinken in anti-Vlaams-nationalisme, staan in het taaldebat arm in arm met N-VA’ers en Vlaams Belangers.

Waarom?

De taalstrijd is begonnen met de Vlaamse beweging en stoelt op een minderwaardigheidscomplex. Vlamingen wilden het Nederlands perfect beheersen omdat ze anders bang waren om de karikatuur te worden die het Franstalige establishment graag van hen maakte: boertjes die zich onvolmaakt uitdrukten. Historisch is die strijd begrijpelijk, maar vandaag is die krampachtigheid rond taal in Vlaanderen echt niet meer zinvol.

Wordt niet net die tussentaal door progressieven gezien als een symbool van het nieuwe en sterke Vlaanderen waar zij zich niet in herkennen?

Dat klopt. De haat voor tussentaal van sommige intellectuelen steunt vooral op associaties met de ‘fermettecultuur’ van de zogenaamd ‘zelfgenoegzame’, ‘vadsige’ Vlaming. Niet toevallig is die tussentaal bekend geworden als Verkavelingsvlaams. En vandaag wordt die vadsige, patserige Vlaming al snel geïdentificeerd als de modale N-VA-kiezer. De grap is andermaal dat de N-VA, tenminste officieel, de taal van de gemiddelde Vlaming ook een gedrocht vindt. De Vlaamse beweging kan niet anders dan hierin een mislukking van de taalstrijd zien. De angst voor Vlaming die zich afkeert van het beschaafde Noorden en zich op sluit in zijn ‘provincialisme’, dat is vintage flamingantisme! Een N-VA’er als Geert Bourgeois zal het Standaardnederlands minstens zo hevig verdedigen als de culturele elite. Ook Bart De Wever doet dat trouwens, terwijl die uiteindelijk een soort van verkavelingsmortsels spreekt.
Het was overigens een Vlaams Belanger die naar aanleiding van ons boek vragen heeft gesteld in het Vlaamse parlement over de tussentaal. En alle partijen hebben zijn bezorgdheid over het voortbestaan van het Standaardnederlands netjes beaamd. In de praktijk is AN geen prioriteit, maar als symbool blijft het een kwestie van leven of dood. Ook vele Vlamingen geven in onderzoeken aan het Standaardnederlands belangrijk en waardevol te vinden, terwijl ze het meestal zelf niet kunnen spreken.’

Lees verder op: http://www.apache.be.

Laat mij horen wat u zegt en ik zeg u waar u het gelezen heeft

De Standaard pakt deze week naar jaarlijks gebruik uit met Taalbijlagen. Niet toevallig de standaard, deze krant. De manke usurpator kraait evenwel nooit te vroeg hoezee, zeker niet sinds een kruisvormig letterwoord spoorslags van de voorpagina verdampte. Nooit eerder heeft het Vlaamse regime van goed bedoelde betutteling en terechte zuiverheidsneurose harder onder druk gestaan. En helaas: anno 2012 dreigen ook de laatste ringbaarden te capituleren voor halfhartige tolerantie en andere varianten van zelfverloochening. Staat dan niemand meer pal?

Wat Ludo Permentier vandaag onder de kop “Laat mij horen wat u zegt en ik zeg u wie u bent” bijeensprokkelt, is trouwens niet alleen vrijblijvend.  Het is ook weinig origineel. Neem deze alinea:

In Vlaanderen is tussentaal overal te horen. Overal kom je uithangborden tegen die automobilisten aansporen om vaart te minderen met de slogan ‘Merci om trager te rijden’. Ook het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid doet mee met: ‘Gene zever: binnenkort speekseltest tegen drugs in het verkeer’. En de spoorwegmaatschappij hangt posters op met gefingeerde treinhaltes als ‘de bomma’ (oma) en ‘ongelooflijk toffe botten’ (laarsjes).

Neem er vervolgens even deze alinea bij:

Het leven gelijk het leven in Vlaanderen is, lijkt zich tegenwoordig haast integraal in dit Verkavelingsvlaams af te spelen. Uithangborden in Antwerpse straten sporen automobilisten aan om vaart te minderen met de slogan “Merci om trager te rijden”. Langs de snelwegen waarschuwt het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid diezelfde automobilisten met de boodschap: “Gene zever: binnenkort speekseltest tegen drugs in het verkeer”. En de NMBS promoot haar blue bikes, blauw geverfde fietsen die reizigers kunnen lenen aan stations, met affiches van gefingeerde treinhaltes als ‘de bomma’ en ‘ongelooflijk toffe botten’; de laatste beeldde als bestemming een schoenwinkel af. (De manke usurpator: Over Verkavelingsvlaams, p. 5)

Akkoord: er is wel een inspanning geleverd om de bovenste tekst te doen afwijken van het origineel – tweemaal “overal” in vier woorden? – en Permentier heeft– terecht! ­– de verfoeilijke gallicismen in beschaafd Nederlands vertaald. Maar voorts? Wie drie verschillen kan aanwijzen krijgt van de manke usurpator een goatie saver ten geschenke. Echte ringbaarden kunnen er nooit genoeg zijn.

Hallo, Kevin, hallo

Van slag, in tranen en als steeds op wankele benen meldt de Manke Usurpator het heengaan van Benno Barnard. De Nederlandse schrijver, die net als een andere onfeilbare en rechtleerse BB een Ministerie van de Waarheid draaiende houdt, maakte per dagboekaantekening publiek dat hij zich terugtrekt op zijn landgoed, zoals bekend de laatste onkruidloze plek van het Vrije Westen.

Niemand heeft ooit anders beweerd: de strijd tegen het Verkavelingsvlaams vergt hardnekkigheid, brille, scherpzinnigheid en offervaardigheid. Aan geen van deze deugden ontbreekt het Benno Barnard, dat heeft de Manke Usurpator ruiterlijk en tot herhalens toe staande gehouden (hier bijvoorbeeld). Maar alles en iedereen kent een ondergrens. Zelfs Benno Barnard. Jongens die Kevin heten en het woord nemen bijvoorbeeld. Barnard:  ‘Als je Kevin heet, moet je zwijgen, vind ik’. Geef de dichter van het avondland eens ongelijk. Licht te begrijpen was dan ook Barnards verwondering dat een Kevin in het openbaar zijn opvattingen ter discussie stelde. Hallo, Kevin, hallo? Dat was de regels van het fatsoen niet voorbij, dat was er op spugen! Van zoveel onheusheid hebben mindere geestesaristocraten hun floret al in de wilgen gehangen. Dat doet nu dus ook BB, maar niet voordat hij andermaal geen enkel argument in stelling brengt en Kevin gunt wat hem toekomt: laster.

Geef Benno Barnard liever Kimberley, het meisje dat haar gezicht slapenderwijze tot sterrenhemel liet tatoeëren, onthutst ontwaakte en in 2009 Vlaanderens komkommertijd kortstondig animeerde. Haar het spreekrecht ontzeggen moest je Kimberley Vlaeminck (!) niet. Schreef graag gedichtjes, het sterrenmeisje, maar durfde er niet mee naar buiten omdat ze “geen goed ABN” kende . Zo mogen we het horen! Want ook Kimberleys halen zich maar best niets in het hoofd. Waar gaat het heen als Kevins en Kimberleys en public het woord willen voeren! Wat mompelt u daar? “Volksverheffing”? Hoepel toch op. De snotneuzen van het culturele proletariaat praten alsof ze boeren en scheten laten tegelijk, dat heeft Benno Barnard goed gezien. (En overigens heet zo’n observatie niet schelden, maar klinisch doel treffen.)

Om bij de zaak te blijven: BB gaat dus heen. Dat hij het niet spreekwoordelijk bedoelt, is zijn achterblijvende kleine broers een schrale troost. Barnards heldere argumenten en hoffelijkheid zullen worden gemist, zijn feilloze gevoel voor ondergrenzen nog meer. Gelukkig trappelen enkele troonpretendenten nu al ongeduldig om de ondergrenzen te helpen bewaken.

Zo maakt radiopresentatrice Ruth – voorwaar geen Kimberley – Joos zich in De Standaard van 31 oktober 2011 ongerust over het weldra wereldkundig wordende nieuwe Taalcharter van de VRT. Dat zou naar verluidt proberen om meer ruimte te maken voor taalvariatie. Proberen gaat doorgaans mee, maar niet voor Ruth Joos:

De niet-ergernis als negatieve ondergrens. Niemand stoort er zich aan, dus kunnen we gerust onze gang gaan. En eindelijk die algemene standaardtaalgrens overboord gooien. Alsof dat Algemeen Nederlands iets artificieels is waar we met zijn allen al een hele tijd van af willen. Die verrukkelijke standaardtaal van ons als een vervelende besmettelijke ziekte, waarop in het echte leven niemand zit te wachten.

Groot gelijk. Warempel, overschot van gelijk. Er is in Vlaanderen maar één vervelende besmettelijke ziekte en die bevindt zich onder de negatieve ondergrens. Het is de taal van Kimberley en Kevin, Shana en Zinedine, Cindy en Kenny. Taal? Verschoning: ontaal! En in die ontaal zullen op de VRT voortaan officieel kookinstructies mogen worden gegeven. Wie weet kom er nog een programma over bolides met spoilers van. In het aanschijn van zoveel horror verloor de Manke Usurpator dan ook terstond zijn wankel evenwicht. Gelukkig herstelde de als vanouds behulpzame Hugo Camps al gauw de orde: “vulgaire tussentaal”! “Baggertaal!” “Orkaan van vuile klanken!” “Zum Kotzen”! Nu hij zich nota bene aan de zijde durft te scharen van de door hem doorgaans als een bende boerenpummels afgeschilderde N-VA blijkt andermaal: geen offer is Camps te zwaar. Toen vervolgens Ruth Joos nog enige balsem voor de ziel bracht, was het ergste leed van de Usurpator geleden. Het enige wat nog knaagt is dat Joos in slaap viel bij de academische praatjes op de VRT-Taaldag. Hoe begrijpelijk ook, het oogt maar weinig waakzaam.

 

Drab

En gelukkig is er nog  Verkavelingsvlaams. Tot nader order het laatste dossier waarover in Nederlandstalig België nog enige eensgezindheid bestaat. Die durft zich bovendien uit te strekken van extreemrechts tot extreemlinks, van belgicist tot flamingant, van would be komsopoliet tot must be tuinkabouter. Toch kan een gewezen Vlaams Blok-politicus  het nog ‘merkwaardig’ vinden dat ‘uitgesproken Belgicisten’ als Geert van Istendael, Benno Barnard en Mia Doornaert even stokstijf als hijzelf in het gelid staan tegen de manke usurpator.Dit hoeft echter niet ‘merkwaardig’ te heten. Of je het ideologische project van de moderniteit genegen bent, of juist een van elk moderne smet gevrijwaarde traditie meent te kunnen koesteren: de angst voor het halfgeslacht en de bastaard regeert. Het zou met andere woorden heus geen inspanning kosten om niet het halve, maar het hele Vlaamse politiek veld met Auschwitz te associëren. Maar simplismen van liberale denktanks zijn er al genoeg.


Ironie op zijn Vlaams (2)

Mopperde Walter Zinzen vorige week nog dat Vlamingen geen keurig Nederlands begrijpen, dan mag Vlaams Parlementslid Wilfried Vandaele (N-VA) vandaag hier en hier verklaren dat Verkavelingsvlaams al net zo min verstaanbaar blijkt. Citaat:

[D]at tussentaaltje dat we horen oprukken, dat is nergens goed voor en ik merk ook dat veel mensen het niet begrijpen.

De Manke Usurpator verkeerde in de waan dat de Vlaming slechts aan een ongeneeslijke vorm van onmondigheid leed, maar debiliteit in de derde graad blijkt dus een accuratere diagnose.  Het is nu wachten tot Mia Doornaert en Benno Barnard de overtreffende trap zullen beproeven. De eerste door te verklaren dat Vlaanderen bevolkt wordt door tuinkabouters die niet eens hun eigen echo kunnen begrijpen. De tweede door iets te noteren over Vlaamse boeren, scheten en opborrelende misverstanden.

In tegenstelling tot ‘dat tussentaaltje’ mogen dialecten zich intussen blijven warmen aan liefkozende belangstelling. De VRT hoort van de N-VA weliswaar een ‘helder standaardnederlands’ te gebruiken en te promoten, ‘ook in het fictie-aanbod’, maar dialecten hebben  toch ‘hun plaats’. Sterker nog: volgens Wilfried Vandaele kan dialect ‘bijvoorbeeld in de reeks De ronde […] functioneel zijn’. Of het taalgebruik van de personages die niet Dieter De Leus heten, dan eveneens functioneel mag heten, blijft een beetje onhelder.

Overigens zou N-VA zichzelf niet wezen als de partij haar idealen niet met middenstandersretoriek zou kunnen verzoenen. Zo weet Vandaele: “Algemeen Nederlands kan onze programma’s ook beter verkoopbaar maken in Nederland.” Maar natuurlijk! En dan zwijgen we nog van de afzetmogelijkheden in Suriname! Gouden tijden lonken voor de openbare omroep. En met deze gelukszwangere noot kunnen we uit de ether.

De aftiteling heeft nog in petto: een verwijzing naar deze Vrije Tribune van Jürgen Jaspers op de Knack-website en een woord van dank voor de attente reacties op ons vorige bericht (zonder zou de Manke Usurpator beslist enkele sprokkels hebben gemist).