tussentaal

Wat is tussentaal?

Weinig taalgebruikers hebben de laatste jaren zoveel kritiek over zich heen gekregen als de tussentaal sprekende Vlaming. Tussentaal zou tekenend zijn voor ‘gemakzuchtige provincialen!’ die ‘zelfgenoegzaam een gezellig debielentaaltje spreken!’. Dergelijke uitlatingen lijken de populariteit van tussentaal weinig of niet te deren. Maar wat is die tussentaal eigenlijk? Waarom wordt ze zo verguisd?

Lees erover op Taalcanon.nl

Advertenties

Het verdriet van de puristen

Nieuw in de rubriek ‘Alle gekheid op twee stokjes’: ’t Gaat hier, lijk in alles, om een taalkwestie. Hugo Claus en het verdriet van de puristen, uit De plicht van de dichter. Hugo Claus en de politiek (De Bezige Bij-Antwerpen, 2013). Een fragment:

Kortrijk, 26 maart 1944, even voor 21 uur. Ruim honderd Britse vliegtuigen scheren over de West-Vlaamse provinciestad en werpen meer dan tweeduizend bommen af op het treinstation en enkele andere doelwitten. Na amper twintig minuten is de actie van de Royal Air Force voorbij, maar de schade liegt er niet om. De omgeving van de spoorwegen ligt in puin en ook de historische binnenstad is zwaar getroffen. De menselijke tol is zwaar: meer dan tweehonderdvijftig doden en vele gewonden.[i]

Meteen na het bombardement snellen geüniformeerde jongens toe om puin te ruimen, gewonden weg te dragen, kleine herstellingen uit te voeren en de orde te bewaken. Ze zijn aangesloten bij de Kortrijkse afdeling van de Dietsche Blauwvoetvendels (DBV), een jeugdbeweging die officieel onder het gezag valt van het met de Duitsers collaborerende Vlaams Nationaal Verbond (VNV).[ii] De nationale leiding van de jeugdbeweging, die ‘de terreuraanvallen der Anglo-Amerikanen’ natuurlijk scherp veroordeelt, pakt in het strijdblad De Blauwvoet breed uit met het ‘voorbeeldige’ gedrag en het ‘uithoudingsvermogen’ dat haar jongens in Kortrijk etaleerden.[iii]

Wij helpen te Kortrijk

foto hugo claus

Ook het Halfmaandelijksch Order, een nieuwsbulletinvoor het kader van de Dietsche Blauwvoetvendels en de Dietsche Meisjesscharen, brengt hulde aan zoveel moed en verantwoordelijkheidsgevoel. Onder de zeven ‘kameraden’ die met naam en toenaam worden bedankt, bevindt zich ook ene H. Claus.[iv] Vijftig jaar later zal deze kameraad, die voluit Hugo Claus heet, de horreur, de wanhoop en de stank van die ‘monsterlijk vaneengereten nacht’ in 1944 literair verwerken in Het verdriet van België (567).[v] De auteur van deze roman is ten tijde van het bombardement net geen vijftien jaar. Zijn vader, Jozef Claus, heeft een drukkerij en staat als blokleider van het VNV in voor de controle van een wijk van meer dan zevenduizend inwoners.[vi] Zijn moeder, Germaine Vanderlinden, werkt als secretaresse en verpleegster op de plaatselijke afdeling van de Duitse vliegtuigenfabrikant ERLA. Thuis aan de Oudenaardse Steenweg slingert nazigezind drukwerk rond als Balming, Volk en Staat en Signaal. Vol overgave promoot het Hitlers Nieuwe Orde als het enige gezonde alternatief voor het laag-bij-de-grondse communisme, verderfelijke kapitalisme en andere Joodse samenzweringen.

3_Halfmaandelijksch Order nr 8-9_24 april 1944_cover 4_Halfmaandelijksch Order_24 april 1944_p 70_eervolle vermelding H Claus

Spreek uw taal zuiver!

In de lente van 1944 drong het ook tot de meest naïeve collaboratiemiddens door dat de krijgskansen van de Duitsers in rook dreigden op te gaan. Terwijl in de straten druk gefluisterd werd over grote verliezen aan oostelijke en westelijke fronten, zwollen de geruchten aan over een op handen zijnde grootscheepse landing van de geallieerden die de oorlog zou beslissen. Toch viel de propagandamachine voor de Nieuwe Orde in Vlaanderen geen seconde stil. In de sfeer van de ‘totale oorlog’ die de Duitse propagandaminister Joseph Goebbels had afgekondigd, leken vastberadenheid, fanatisme en wereldvreemdheid zelfs helemaal de bovenhand te nemen. Tussen de bommenregens en de onheilstijdingen door ging de ‘culturele verheffing’ van de Vlaamse vendeljongens en meisjesscharen in ieder geval ijverig voort. ‘Spreek uw taal zuiver!’ kopte het al genoemde tijdschrift De Blauwvoet uitgerekend in de maand van het bombardement op Kortrijk. Een zekere R.L., vermoedelijk de dichter en ex-Dinaso Roger Lammens,[vii] wilde de jonge Vlamingen reden geven om ‘fier’ te zijn op hun moederspraak. Die was namelijk ‘een der zuiverste vormen van de oude Germaansche talen’ en tevens de taal van ‘het prinselijke, Dietsche volk’ waarin kunstenaars als Hadewijch, Maerlant en Vondel zich hadden uitgedrukt.[viii] Deze voorstelling van een door Vlaanderen en Nederland gedeelde cultuurgeschiedenis weerspiegelt overigens meteen het politieke ideaal van de Dietsche Blauwvoetvendels, namelijk de stichting van een Groot-Nederlandse staat.

Toch was het volgens Lammens niet al goud wat blonk. Vlamingen bedienden zich volgens hem veel te weinig van het beschaafde Nederlands. Tot hun eigen scha en schande, want ze bezorgden de franskiljon zo de gelegenheid om de noordelijke en zuidelijke Nederlanden verder uit elkaar te drijven. Nog altijd kon Vlaanderens volksvijand nummer één hooghartig beweren dat de taal van de Vlamingen een pummelachtig dialect was, een beschaafd volk onwaardig. Op het gebied van taalpromotie rustte dan ook een grote verantwoordelijkheid op de Vlaamse nationaalsocialistische jeugd:

Nu wil ik niet zeggen dat we altijd, ook met onze vrienden beschaafd Nederlandsch moeten praten, want het pittige der streektaal behoort tot den rijkdom in de verscheidenheid van onze Dietsche gewesten! Maar laten we op dienst en in het openbaar, bijvoorbeeld op den trein, steeds Nederlandsch spreken!

Op de dialecten heeft deze volksopvoeder het in De Blauwvoet dus niet gemunt, maar in de publieke ruimte hoort het beschaafde Nederlands te heersen. Hij acht het voorts van het grootste belang om deze standaard voor bezoedeling te behoeden en invloeden uit andere talen tegen elke prijs te weren: ‘[H]et komt er niet alleen op aan uw eigen taal te spreken, ge moet ze ook zuiver spreken!’[ix]

Spreek uw taal zuiver de jonge nationaal socialist

 

Wat de jonge Hugo Claus betreft: die hoefde het blaadje van zijn jeugdbeweging niet eens aandachtig te lezen om doordrongen te raken van een hoge nood aan taalzuiverheid. Het flamingantische milieu waarin de drukkerszoon opgroeide, met zowel aan vaders- als moederskant de nodige schoolmeesters en een grootvader die inspecteur van het West-Vlaamse katholieke onderwijsnet was, had hem het ideaal van een vlekkeloze omgangstaal van jongs af aan goed ingeprent. In Vlaanderen schoon Vlaams! Zeker in de kringen van het VNV hoorde dit schoon Vlaams zo goed mogelijk aan te sluiten bij de norm die beschaafde Nederlanders hanteerden. Toch barstte het in de praktijk doorgaans van de belgicismen, zinswendingen en woorden die in Nederland ongebruikelijk zijn.[x]

Hugo Claus zou in de loop van zijn artistieke carrière almaar meer loskomen van de puristische opvattingen waarmee hij was opgevoed. Toch duurde het nog meer dan vier decennia voordat hij er helemaal paal en perk aan stelde. Dit deed de gewezen vendeljongen in Het verdriet van België (1983), de al genoemde roman waarin hij even vernuftig als schaamteloos met allerlei van het Algemeen Beschaafd Nederlands afwijkende registers en variëteiten speelt. Af en toe duikt dialect op en de vertellerstekst oogt voornamelijk als een sterk Belgisch gekleurd AN, maar in de meeste dialogen, innerlijke monologen en de in het tweede deel van de roman als een koor optredende volksmond woekert iets wat taalkundigen tegenwoordig ‘tussentaal’ noemen. In ieder geval is het een variëteit die de in De Blauwvoet zo geïdealiseerde tegenstelling tussen een zuivere cultuurtaal en de oorspronkelijke volkstalen grondig verstoort en de puristische neigingen van vele flaminganten ontregelt.

Het knappe is dat hiermee de taalpolitieke betekenis van Het verdriet van België nog niet is uitgeput. Door zich aan elk appel tot klaarheid, vlekkeloosheid en eenstemmigheid te onttrekken, slaagt de roman er in om boven zijn particuliere historische inbedding uit te stijgen. Zijn blijvende betekenis schuilt bij nader inzien zelfs vooral in het feit dat Claus vormen van epuratiewoede ook op het spoor komt buiten de luidruchtige kliek van Vlaamse opportunisten, stekeblinde fanatiekelingen en naïeve Hitlerbewonderaars die hij in Het verdriet van België opvoert. De voortwoekerende spraakverwarring in Claus’ meesterwerk thematiseert uiteindelijk een diep in de moderniteit verankerd wantrouwen tegenover de ambivalentie en grilligheid van onze door taal bemiddelde werkelijkheid. Om dit wantrouwen helemaal van zich af te schudden, moest Hugo Claus zelf eerst een hardnekkige schaamte overwinnen.

Lees verder

– Kevin Absillis

 

Noten

[i] José Vanbossele, Kortrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. De verwoesting van de stad, Deel 3. Kortrijk: Groeninghe, 1988: 79 e.v.

[ii] De Dietsche Blauwvoetvendels hadden tot eind 1943, net als onder meer de Dietsche Meisjesscharen (DMS), deel uitgemaakt van de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV). Sinds de NSJV na aanhoudende strubbelingen uiteen gevallen was, dreigde ze haar greep op de Dietsche Blauwvoetvendels te verliezen. Zij verzetten zich namelijk steeds luidruchtiger tegen de Groot-Duitse opvattingen die gepromoot werden door de in oktober 1943 opgerichte Vlaamse afdeling van de Hitlerjeugd en vonden dat het VNV haar grote ideaal, de stichting van een Groot-Nederlandse staat, te lafhartig verdedigde. Zie hierover: Bruno De Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe orde. Het VNV 1933-1945. Tielt: Lannoo, 1994: 607-613.

[iii] Anoniem, ‘Wij helpen te Kortrijk’, in: De Blauwvoet, april 1944.

[iv] Anoniem, ‘Eervolle vermelding’, in: Halfmaandelijksch Order, 8-9 (24 april 1944), 70.

[v] Voor dit artikel heb ik gebruik gemaakt van: Hugo Claus, Het verdriet van België. Amsterdam: De Bezige Bij, 1983.

[vi] Ludwig Alene & Guido Van Meir, ‘Humo sprak met Vader Claus’, in: Humo, 12 januari 1978.

[vii] Roger Lammens (1913-1937) publiceerde begin jaren dertig gedichten in het literaire tijdschrift De Tijdstroom en schreef in 1937 de verzen voor ‘Wij zijn bereid’, het door Jef Tinel gecomponeerde Verdinaso-lied dat enkele jaren later werd gebruikt om jonge soldaten te werven voor het Vlaamsch Legioen. Blijkens een uittreksel uit het vonnis (Belgisch Staatsblad, 6 oktober 1945, N. 15842) werd Lammens in 1945 veroordeeld tot vier jaar gevangenis vanwege zijn functie ‘als referent en stamhoofdsheer van het N.S.J.V.’ Zijn naam wordt geregeld geciteerd en in verband gebracht met uiteenlopende functies en taken in de NSJV en de DBV in Jan Vincx, Vlaanderen in uniform 1940-1945. Deel 3. Antwerpen: Etnika, 1981.  Zie ook: Ludo Simons, ‘Dietschland’, in: Revolver, 35:139 (september 1944) [365 voetnoten voor Joris Gerits], 283.

[viii] R.L., ‘Spreek uw taal zuiver!’, in: De Blauwvoet, maart 1944.

[ix] Ter instructie wees R.L. in De Blauwvoet alvast op enkele courante gallicismen en germanismen. Dat ook Duitse leenwoorden zo expliciet onwenselijk waren, onderstreept de Groot-Nederlandse visie die de blauwvoetvendels sinds eind 1943 almaar nadrukkelijker lieten prevaleren op hun genegenheid voor het Duitse broedervolk.

[x] Meestal gaat het om rechtstreeks uit het Frans overgenomen woorden als ‘facteur’ of uit het Frans vertaalde constructies à la ‘ik ben akkoord met’ – de vermaledijde gallicismen dus. Maar ook alternatieven voor woorden die te uitheems klinken, zogenaamde purismen, typeren sterk het Nederlands van vele Vlamingen die zich netjes wensen uit te drukken. De duimspijkers die in België circuleren worden in Nederland bijvoorbeeld zonder voorbehoud met het rechtstreeks aan het Frans ontleende woord punaises aangeduid.

 

Hallo, Kevin, hallo

Van slag, in tranen en als steeds op wankele benen meldt de Manke Usurpator het heengaan van Benno Barnard. De Nederlandse schrijver, die net als een andere onfeilbare en rechtleerse BB een Ministerie van de Waarheid draaiende houdt, maakte per dagboekaantekening publiek dat hij zich terugtrekt op zijn landgoed, zoals bekend de laatste onkruidloze plek van het Vrije Westen.

Niemand heeft ooit anders beweerd: de strijd tegen het Verkavelingsvlaams vergt hardnekkigheid, brille, scherpzinnigheid en offervaardigheid. Aan geen van deze deugden ontbreekt het Benno Barnard, dat heeft de Manke Usurpator ruiterlijk en tot herhalens toe staande gehouden (hier bijvoorbeeld). Maar alles en iedereen kent een ondergrens. Zelfs Benno Barnard. Jongens die Kevin heten en het woord nemen bijvoorbeeld. Barnard:  ‘Als je Kevin heet, moet je zwijgen, vind ik’. Geef de dichter van het avondland eens ongelijk. Licht te begrijpen was dan ook Barnards verwondering dat een Kevin in het openbaar zijn opvattingen ter discussie stelde. Hallo, Kevin, hallo? Dat was de regels van het fatsoen niet voorbij, dat was er op spugen! Van zoveel onheusheid hebben mindere geestesaristocraten hun floret al in de wilgen gehangen. Dat doet nu dus ook BB, maar niet voordat hij andermaal geen enkel argument in stelling brengt en Kevin gunt wat hem toekomt: laster.

Geef Benno Barnard liever Kimberley, het meisje dat haar gezicht slapenderwijze tot sterrenhemel liet tatoeëren, onthutst ontwaakte en in 2009 Vlaanderens komkommertijd kortstondig animeerde. Haar het spreekrecht ontzeggen moest je Kimberley Vlaeminck (!) niet. Schreef graag gedichtjes, het sterrenmeisje, maar durfde er niet mee naar buiten omdat ze “geen goed ABN” kende . Zo mogen we het horen! Want ook Kimberleys halen zich maar best niets in het hoofd. Waar gaat het heen als Kevins en Kimberleys en public het woord willen voeren! Wat mompelt u daar? “Volksverheffing”? Hoepel toch op. De snotneuzen van het culturele proletariaat praten alsof ze boeren en scheten laten tegelijk, dat heeft Benno Barnard goed gezien. (En overigens heet zo’n observatie niet schelden, maar klinisch doel treffen.)

Om bij de zaak te blijven: BB gaat dus heen. Dat hij het niet spreekwoordelijk bedoelt, is zijn achterblijvende kleine broers een schrale troost. Barnards heldere argumenten en hoffelijkheid zullen worden gemist, zijn feilloze gevoel voor ondergrenzen nog meer. Gelukkig trappelen enkele troonpretendenten nu al ongeduldig om de ondergrenzen te helpen bewaken.

Zo maakt radiopresentatrice Ruth – voorwaar geen Kimberley – Joos zich in De Standaard van 31 oktober 2011 ongerust over het weldra wereldkundig wordende nieuwe Taalcharter van de VRT. Dat zou naar verluidt proberen om meer ruimte te maken voor taalvariatie. Proberen gaat doorgaans mee, maar niet voor Ruth Joos:

De niet-ergernis als negatieve ondergrens. Niemand stoort er zich aan, dus kunnen we gerust onze gang gaan. En eindelijk die algemene standaardtaalgrens overboord gooien. Alsof dat Algemeen Nederlands iets artificieels is waar we met zijn allen al een hele tijd van af willen. Die verrukkelijke standaardtaal van ons als een vervelende besmettelijke ziekte, waarop in het echte leven niemand zit te wachten.

Groot gelijk. Warempel, overschot van gelijk. Er is in Vlaanderen maar één vervelende besmettelijke ziekte en die bevindt zich onder de negatieve ondergrens. Het is de taal van Kimberley en Kevin, Shana en Zinedine, Cindy en Kenny. Taal? Verschoning: ontaal! En in die ontaal zullen op de VRT voortaan officieel kookinstructies mogen worden gegeven. Wie weet kom er nog een programma over bolides met spoilers van. In het aanschijn van zoveel horror verloor de Manke Usurpator dan ook terstond zijn wankel evenwicht. Gelukkig herstelde de als vanouds behulpzame Hugo Camps al gauw de orde: “vulgaire tussentaal”! “Baggertaal!” “Orkaan van vuile klanken!” “Zum Kotzen”! Nu hij zich nota bene aan de zijde durft te scharen van de door hem doorgaans als een bende boerenpummels afgeschilderde N-VA blijkt andermaal: geen offer is Camps te zwaar. Toen vervolgens Ruth Joos nog enige balsem voor de ziel bracht, was het ergste leed van de Usurpator geleden. Het enige wat nog knaagt is dat Joos in slaap viel bij de academische praatjes op de VRT-Taaldag. Hoe begrijpelijk ook, het oogt maar weinig waakzaam.

 

Inconvenient truths

De manke usurpator weet het nu wel zeker: Dave Sinardet is een hersenspinsel van de sedert het overlijden van Angèle Manteau zonder concurrentie meest geduchte barones van België! Niemand anders dan Mia Doornaert benut de schuilnaam Sinardet om haar grote boodschap vandaag andermaal (zie vorig bericht) te pluggen in De Standaard:

En het Nederlands, dat zet in de nieuwe ministaat gewoon rustig zijn vervelling verder tot tussentaal en Engels – en liefst nog een combinatie daarvan. Goe bezig, gelàk da z’int Vloams zegge.

Een flauwe plezante zou er op durven te wijzen dat ‘verderzetten‘ in deze zin wellicht een illustratie mag heten van de door ‘Sinardet’ gesignaleerde vervelling, en ongeïnspireerd terugkaatsen: goe bezig.

Gejost

Het mag heus van de Taalunie: het woord ‘sceptisch’ zonder k-klank formuleren. Het pleit dan ook voor de journalisten van de VRT dat ze van de hun toegestane bewegingsvrijheid optimaal gebruik maken om komisch effect te sorteren. Zo viel gisteren zowel in het journaal als in Ter Zake te vernemen dat Bart De Wever septisch blijft over de slaagkansen van de nieuwe formateur. In de vervolgens vertoonde reportage beende de N-VA-voorzitter met een bedrukt gezicht een meute journalisten voorbij om het kleinste kamertje binnen te glippen. Hoe septisch kan een reportage aanvangen? En dit is nog maar het begin!  Want de aanwezige journalisten laten zich niet in de wind zetten en wachten voor het gemak tot De Wever enige verlossing heeft kunnen genieten. Met een onfeilbaar gevoel voor timing en goede smaak durft een door de manke usurpator niet herkende journalist het hierop nog aan om De Wever te confronteren met de vraag of hij zich niet “gejost voelt door het paleis”. Een dosis sepsis is zijn deel. De Wever:

“Het woord jossen is volgens mij tussentaal die niet tot de Nederlandse spraak behoort. Ik ga daar niet op antwoorden.”

Ironie op zijn Vlaams (2)

Mopperde Walter Zinzen vorige week nog dat Vlamingen geen keurig Nederlands begrijpen, dan mag Vlaams Parlementslid Wilfried Vandaele (N-VA) vandaag hier en hier verklaren dat Verkavelingsvlaams al net zo min verstaanbaar blijkt. Citaat:

[D]at tussentaaltje dat we horen oprukken, dat is nergens goed voor en ik merk ook dat veel mensen het niet begrijpen.

De Manke Usurpator verkeerde in de waan dat de Vlaming slechts aan een ongeneeslijke vorm van onmondigheid leed, maar debiliteit in de derde graad blijkt dus een accuratere diagnose.  Het is nu wachten tot Mia Doornaert en Benno Barnard de overtreffende trap zullen beproeven. De eerste door te verklaren dat Vlaanderen bevolkt wordt door tuinkabouters die niet eens hun eigen echo kunnen begrijpen. De tweede door iets te noteren over Vlaamse boeren, scheten en opborrelende misverstanden.

In tegenstelling tot ‘dat tussentaaltje’ mogen dialecten zich intussen blijven warmen aan liefkozende belangstelling. De VRT hoort van de N-VA weliswaar een ‘helder standaardnederlands’ te gebruiken en te promoten, ‘ook in het fictie-aanbod’, maar dialecten hebben  toch ‘hun plaats’. Sterker nog: volgens Wilfried Vandaele kan dialect ‘bijvoorbeeld in de reeks De ronde […] functioneel zijn’. Of het taalgebruik van de personages die niet Dieter De Leus heten, dan eveneens functioneel mag heten, blijft een beetje onhelder.

Overigens zou N-VA zichzelf niet wezen als de partij haar idealen niet met middenstandersretoriek zou kunnen verzoenen. Zo weet Vandaele: “Algemeen Nederlands kan onze programma’s ook beter verkoopbaar maken in Nederland.” Maar natuurlijk! En dan zwijgen we nog van de afzetmogelijkheden in Suriname! Gouden tijden lonken voor de openbare omroep. En met deze gelukszwangere noot kunnen we uit de ether.

De aftiteling heeft nog in petto: een verwijzing naar deze Vrije Tribune van Jürgen Jaspers op de Knack-website en een woord van dank voor de attente reacties op ons vorige bericht (zonder zou de Manke Usurpator beslist enkele sprokkels hebben gemist).

Een taal die iedereen begrijpt

In De Standaard van vandaag analyseert Marc Reynebeau het dit weekend al uitvoerig besproken gesprek tussen kardinaal Danneels en de neef van ex-bisschop Roger Vangheluwe – de media hebben het intussen gretig over de ‘Danneels-tapes’. Interessant wordt het als Reynebeau zijn opvattingen over de Vlaamse tussentaal in zijn discoursanalyse betrekt. Zo noemt hij Danneels’ ‘verwarrende gegoochel met persoonlijke voornaamwoorden’ – de kardinaal zou ‘ge’ in de betekenis van ‘men’ hebben gebruikt – ‘wellicht een gevolg van de slordigheid die eigen is aan de Vlaamse tussentaal’. Verderop in de krant weet Rik Torfs in een opiniestuk te melden dat Danneels in Vlaanderen zo geliefd was omdat hij altijd ‘vlot’ communiceerde in ‘een taal die iedereen begreep’.