Auteur: jjaspers

Wat is tussentaal?

Weinig taalgebruikers hebben de laatste jaren zoveel kritiek over zich heen gekregen als de tussentaal sprekende Vlaming. Tussentaal zou tekenend zijn voor ‘gemakzuchtige provincialen!’ die ‘zelfgenoegzaam een gezellig debielentaaltje spreken!’. Dergelijke uitlatingen lijken de populariteit van tussentaal weinig of niet te deren. Maar wat is die tussentaal eigenlijk? Waarom wordt ze zo verguisd?

Lees erover op Taalcanon.nl

Alhier, aldaar aan lange lansen, het Standaardnederlands

Geen groter cliché dan zeggen dat Standaardnederlands leren noodzakelijk is voor wie zich wil emanciperen en een job wil vinden. Toch heeft dat cliché niet altijd veel met de realiteit uit te staan. Zoals de notie van het Standaardnederlands even vaak dient om drempels te verhogen als om ze te verlagen. We dreigen dus buitensporige, onredelijke dingen te verwachten van onderwijs en taalvaardigheid, en met een knoert van een tunnelvisie op emancipatie te zitten.

Lees de volledige tekst van dit artikel hier. Bron: Streven 80:9, 784-795.

Vrijspraaklezing: over de zin en onzin van het Algemeen Nederlands

Vind hier een lezing (Vrijspraaklezing 4 maart, Universiteit Antwerpen) door Jürgen Jaspers over de zin en onzin van het Algemeen Nederlands.

Een voorsmaakje:

Begin september 2012 verscheen het boek De Manke Usurpator. Over Verkavelingsvlaams, geredigeerd door Kevin Absillis, Sarah Van Hoof en ikzelf. Dat boek bundelt een aantal essays die vanuit verschillende perspectieven (niet enkel de taalkunde maar ook, onder meer, de literatuur en de extramurale neerlandistiek) het ‘Verkavelingsvlaams’ bespreken – een term die wel vaker wordt gebruikt om het taalgebruik te benoemen dat noch dialectisch noch standaardtalig maar ‘tussentalig’ is. Om de verschijning van dat boek enige ruchtbaarheid te geven besloten de drie redacteurs zich vooraf te laten interviewen in de krant De Morgen. Niets leek er op dat moment op te wijzen dat ‘ruchtbaarheid’ een forse understatement zou worden voor de stroomstoot die het interview door de publieke ruimte joeg.

Het interview bracht ontzettend veel commotie teweeg. Vooral omdat het volgens velen leek te doen uitschijnen dat de redacteurs van het boek ervoor pleitten om van ‘tussentaal’ de lingua franca op school te maken. Dat pleidooi was uit de lucht gegrepen: het interview trok alleen in twijfel dat het Algemeen Nederlands op school de de enige acceptabele taalvariëteit zou zijn. Maar het gerucht dat enkele taal- en letterkundigen ‘het Standaardnederlands op school wilden afschaffen’ verspreidde zich als snelvuur. Een hele week lang regende het reacties in de serieuze pers, in de meer populaire pers en op de nationale radio. Opiniemakers vulden de kolommen en de zendtijd. Maar ook talloze lezers en luisteraars grepen de kans om zich via lezersbrief, forumbijdrage of telefoontje naar de radio te doen opmerken, zoals ze ook op Facebook en Twitter duchtig met commentaren strooiden. Het interview groeide uit tot een zelfstandig nieuwsitem toen ook verschillende politici, waaronder de Minister van Onderwijs, om hun reactie werd gevraagd. De kers op de taart was dat het op 29 november 2012 aanleiding gaf tot een parlementaire vraag door Eric Arckens (onafhankelijk parlementslid, vroeger Vlaams Belang) aan Vlaams Minister van Cultuur Joke Schauvliege over, ik citeer, “de verdere verloedering van de standaardtaal en de ontoereikendheid van de hiertegen ingezette middelen”.

Terwijl taal- en letterkundigen in de meeste gevallen slechts deemoedig mogen dromen van hoe één van hun publicaties de publieke media in vuur en vlam weet te zetten, was de commotie in dit geval niet slechts een zegen. Collega-taalkundige Marc Van Oostendorp, als Nederlander wellicht een vrij neutraal observator, titelde een column die hij naar aanleiding van de commotie schreef als: ‘Dapper roepen maar niets lezen’, waarin hij aan de kaak stelde dat geen van de massale reacties “er blijk van [gaf] ook maar een blik in het door hen zo verfoeide boek geworpen te hebben” omdat ze daarin zouden merken dat “alle argumenten die [men] nu zo triomfantelijk te berde breng[t] in het boek al worden besproken”. Was dat voor Van Oostendorp tekenend voor het Vlaamse intellectuele klimaat, dan was zelfs zonder dit verwijt duidelijk dat Vlamingen weinig nodig hebben om, in de woorden van Kas Deprez, als ‘soldaten van het Nederlands’ op de barricaden te gaan staan. In elk geval raakte het boek zelf door alle commotie onmiskenbaar op de achtergrond verzeild.