Taal is meer dan vertier

Vandaag in De Standaard Jürgen Jaspers over de taalbijlagen waarop het dagblad zijn lezers vorige week trakteerde:

Taal is meer dan vertier

De taalbijlagen waarmee De Standaardvorige week uitpakte, grossierden in quizjes, anekdotiek, het obligate gemijmer over identiteit en sentimenten van BV’s. Zo dreigt de politieke en sociale impact van taal en taalpolitiek compleet te worden onderschat.

Taal is in onze contreien nog altijd een heikel thema. Schepenen worden aangesteld om het Nederlandstalige karakter van hun gemeente te bewaken. Leerlingen krijgen strafstudie omdat ze Turks of Frans spreken op de speelplaats. Ministers van Onderwijs oordelen dat wie geen rijke kennis van het Standaardnederlands heeft zich vrijwillig buiten de samenleving plaatst. En wetenschappers die suggereren dat tussentaal niet ‘abnormaal’ of ‘achterlijk’ is, worden door schrijvers en opiniemakers van onzindelijkheid beschuldigd. Van dit alles evenwel geen spoor in de taalbijlagen. We zouden haast denken dat taal louter gezellig en ludiek is.

De maatschappelijke uitdagingen waar taal vandaag voor staat, zijn nochtans aanzienlijk. Ze leveren genoeg stof op om de krant tot Kerstmis mee te kunnen vullen. Enkele voorbeelden. Zo weten we dat alle stedelijke overheidsdiensten worstelen met de groeiende meertaligheid. Hoe zullen we de problemen die dat meebrengt aanpakken en efficiënte overheidsdiensten overhouden? Van overheidspersoneel kunnen we moeilijk verlangen dat ze allemaal drie-, vier- of vijftalig zijn. Maar niemand kan in twijfel trekken dat overheidsdiensten in principe ten dienste staan van het volk dat hen financiert, en dat andere talen dan het Nederlands of het Frans op de één of andere manier aan bod zullen moeten komen. Het is niet oneerbaar om te wijzen op de kwetsbaarheid van het Nederlands in een globaliserende wereld, maar jammeren alleen zet weinig zoden aan de dijk. Bovendien zou het heel wrang zijn om dezelfde toestanden te creëren als diegene waartegen Vlamingen het iets meer dan een eeuw geleden gerechtvaardigd vonden om te protesteren (ter herinnering: ze mochten hun eigen taal niet gebruiken en begrepen geen snars van administratieve of gerechtelijke communicatie).

Een ander voorbeeld. In Antwerpen alleen al heeft meer dan de helft van de kinderen die vandaag geboren wordt een andere thuistaal dan het Nederlands. Dat zal een stevige impact hebben op het onderwijs. Hoe zullen we erop toezien dat al die leerlingen schooltaal en andere specifieke taalregisters verwerven? We weten al enige tijd dat het huidige, strak op het Nederlands gerichte beleid, weinig succesvol is geweest – dat is een understatement als we de slaagcijfers van anderstalige leerlingen bekijken. Die leerlingen presteren onder meer slecht omdat ze leerstof moeten verwerven in een taal die ze nog niet of onvoldoende beheersen. Tegelijk kunnen we van leerkrachten niet verlangen dat ze onderwijs in vijftien verschillende talen aanbieden. Hoe gaan we dat organiseren? Taalwetenschappers hebben daar wel wat over te zeggen, en het zou interessant zijn om daar in de krant iets over te lezen. Misschien halen politici er inspiratie uit.

The English of Van Rompuy

Er zijn nog andere taalpolitieke problemen. Hoe moeten we omgaan met het feit dat werkzoekenden die Nederlands spreken met een anderstalig accent een job geweigerd wordt ‘omdat de klant daar niet van houdt’? Vlamingen blijken het in algemeen erg moeilijk te hebben met accenten. Nog niet zo lang geleden kreeg de VRT-taaladviseur, Ruud Hendrickx, forse kritiek toen hij opperde om hier en daar regionale accenten toe te laten in VRT-programma’s, zoals op de BBC zelfs in het nieuws intussen de gewoonte is. ‘Misdadig’ werden die plannen genoemd, en ook in het Vlaams Parlement hing de verontwaardiging in de lucht. De vraag is hoeveel luxe we ons denken te kunnen permitteren: willen we meer mensen aan het werk, of mooie accenten? Gelukkig werd het Engels accent van EU-president Herman Van Rompuy niet aan esthetisch onderzoek onderworpen.

En voor wie er nog niet van overtuigd is dat de taalbijlagen een kans laten liggen om in te gaan op wat er écht toe doet: op bijna alle Vlaamse scholen spreken leerlingen en leerkrachten ‘tussentaal’, terwijl ze Nederlands schrijven (of dat proberen). Onze beleidsmakers hebben dat in hun taalnota’s tot hier toe straal genegeerd, terwijl iemand als Mia Doornaert (DS 22 november) geen kans onbenut laat om dat taalgebruik voor te stellen als een provinciaal patois van cultuurloze prutsers – je vraagt je soms af waarom taalnormen nastreven zoveel onbeleefdheid met zich moet meebrengen.

Toch ziet het er niet naar uit dat tussentaal op school zal verdwijnen. We kunnen natuurlijk onze kop in het zand laten zitten. Dromen over een ideale taalwereld is evenmin verboden. Maar ooit zullen we toch eens uitgebreid moeten debatteren over welke taalnormen we willen, waarom en wanneer. Ooit zullen we rekening moeten houden met wat in concrete omstandigheden haalbaar en redelijk is, al onze liefde voor een gedroomd Algemeen Nederlands ten spijt. Dat levert wellicht ongemakkelijke berichten op, maar ze zullen alleszins stof opleveren die aanzet tot denken in plaats van vertier.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s