Tussentaal moet kunnen?

De Morgen signaleert vandaag genereus de verschijning van De manke usurpator: Over Verkavelingsvlaams (hier en uitgebreider op papier). De krant wil ook de discussie aanvuren op facebookIn een zo geladen debat als dat over tussentaal is het wenselijk om onze uitgangspunten andermaal zo helder mogelijk onder woorden te brengen.

De manke usurpator: Over Verkavelingsvlaams wil niet afrekenen met het verleden. Enkele bijbedenkingen daargelaten hebben de samenstellers ervan voor het idealisme van generaties van volksverheffers en taalemancipatoren bewondering.
Dat de ABN-actie in het recente Canvasprogramma Man over woord als een rariteitenkabinet werd voorgesteld, is wel even grappig, maar draagt uiteindelijk weinig bij tot het begrip voor dit initiatief. Dat begrip wil dit boek wél opbrengen. De ABN-actie steunde op een emancipatorische visie; ze getuigde van de ambitie om ‘onmondigen’ te bevrijden en cultiveerde een verlangen om grensoverschrijdend en ‘vrij’ te kunnen communiceren. Onder de klemtoon op hard werk en discipline ging bovendien een zeker arbeidsethos schuil.

Het valt daarnaast niet te loochenen dat de strijd voor het Algemeen (Beschaafd) Nederlands nooit een evidentie was en flink wat offervaardigheid heeft gevergd. Zo getuigde Wilfried Martens dat de deelnemers aan ABN-acties in de jaren 1950 de verdenking van een ‘zwarte’ achtergrond op zich laadden. Naast dit soort expliciet politieke stigmatisering kreeg en krijgt wie zich altijd en overal ‘beschaafd’ wil uitdrukken ongetwijfeld geregeld het label van aansteller, uitslover, pedante kwast of ‘seut’ opgespeld. Onze populaire cultuur bevestigt deze clichés trouwens vaak. De enige personages die zich in de succesvolle sitcom De collega’s (1978-1981) van het ABN bedienden, waren Mireille Puis, een frigide en truttige secretaresse die hopeloos op zoek was naar een vriendje, en het even verwijfde als waanwijze onderafdelingshoofd Bonaventuur Verastenhoven. Recenter voerden de films De zaak alzheimer (2003) en Dossier K. (2009) een volslagen corrupte procureur op die zich van alle tussentaal, dialect en Albanees pratende personages onderscheidt door zijn keurige dictie en standaardtaalgebruik. In dit rijtje mogen ook de ‘dagtrippers’ uit In de gloria (2000-2001) niet ontbreken: het Vlaamse echtpaar dat ideetjes promoot voor leuke, spannende en avontuurlijke uitstapjes. Niet alleen zijn deze overenthousiaste reizigers altijd onvoorstelbaar fout uitgedost (sullige bril, regenjas en haartooi…), ze drukken zich ook uit in een geaffecteerd Nederlands met alle hilarische effecten van dien (“Steek jij die tripstick maar in het gaatje van je achterwerk”).

Terzelfder tijd mag het begrip voor de ABN-actie een kritische benadering ervan niet in de weg staan. Zo valt het moeilijk te weerleggen dat de taalpolitiek die door onderwijs, media en politiek is uitgedragen, lang niet altijd even wenselijke gevolgen heeft gehad. De mobilisatie voor de standaardtaal heeft niet kunnen vermijden dat zij die het Algemeen Nederlands niet beheersten in een kwade geur kwamen te staan. Bovendien mag de intussen onbedoeld komische toon van gedateerde radio- en televisieformats als Hier spreekt men Nederlands ons niet blind maken voor de nieuwe gedaanten die oude opvattingen inmiddels hebben aangenomen. Om maar iets te zeggen: het is beslist geen toeval dat de uitvinder van de term Verkavelingsvlaams in de jaren 1960 een tijdlang algemeen secretaris was van de ABN-kernen. De intellectuele opinie over tussentaal blijft hoogst schatplichtig aan de lange strijd voor het Algemeen Nederlands.

Voorts is het taalstandaardiseringsproject onmiskenbaar tegen een grens aan gestoten. Wat de gesproken taal van Vlamingen betreft kan na al die jaren moeilijk van een succesvolle investering worden gesproken. En het ziet er niet naar uit dat dat succes in het verschiet ligt. Niet alleen ontbreekt bij de meeste Vlamingen meer dan ooit het nodige enthousiasme, de toenemende meertaligheid in de stad en de publieke ruimte als gevolg van de globalisering en migratieprocessen, de populaire cultuurindustrie en de zich steeds verder ontwikkelende communicatietechnologie lijken geen klimaat te zullen scheppen waarin het Algemeen Nederlands kan floreren.

Het is met andere woorden tijd voor bezinning. Tijd om een pas op de plaats te maken en af te vragen wat in de gegeven omstandigheden een zinvol taalproject is, waarom, voor wie, en of de mogelijke voordelen ervan wel opwegen tegen de mogelijke nadelen. De samenstellers van dit boek twijfelen niet aan de noodzaak van een taalbeleid dat een richting aangeeft of houvast kan bieden. We staan dus allerminst “verrukt toe te kijken als het volk massaal een bepaalde taalfout begint te maken”. Net zo min is voor ons ‘alles al lang goed als de boodschap maar aankomt’, of ambiëren we de geuzentitel “profeten van het Verkavelingsvlaams”. (Dergelijke profeten bestaan trouwens niet. Ze zijn de verzonnen bliksemafleiders die nodig zijn om de strijd tegen het Verkavelingsvlaams extra urgentie te geven en de indruk te wekken dat Vlamingen slachtoffers zijn van het Verkavelingsvlaams, veeleer dan de enthousiaste sprekers ervan.) Wel hebben we een grenzeloze belangstelling voor alle manieren waarop taal wordt gesproken en geschreven, omdat het nu eenmaal een feit is dat taalvariatie bestaat, dat taalgebruik de neiging heeft af te wijken van voorschriften die in grammatica’s, woordenboeken, spellingshandleidingen en stijlboekjes worden vastgelegd, en dat de sprekers van afwijkende variëteiten gehecht zijn aan hun taalgebruik (zoals Vlamingen aan hun eigen uitspraak van het Nederlands). Een standaardtaal is een ideaal dat zelden of nooit perfect wordt gerealiseerd. We kunnen deze grilligheid luidruchtig betreuren, maar daarom hebben we haar nog niet begrepen.

Vanzelfsprekend blijft een hoog ontwikkelde taalvaardigheid intussen nastrevenswaardig. “Alleen grondige taalbeheersing laat toe te denken, te argumenteren, te refuteren, te contesteren”, noteerde Mia Doornaert tien jaar geleden in De Standaard. “Taalbeheersing is het eerste en allerbelangrijkste instrument van emancipatie. Zonder woorden kun je niet denken.” Ook wij vinden dat niemand mag worden tegengewerkt om een rijke taalbeheersing te ontwikkelen. In Vlaanderen betekent dat dat iedereen de kans moet krijgen om zich te bekwamen in tot ‘Algemeen’ gepromoveerde, maar in de praktijk juist specifieke taalregisters waarin de diverse overheden met de burger communiceren, de pers haar berichtgeving organiseert en waarin eveneens prachtige verzen, meeslepende romans en belangrijke gedachten zijn geformuleerd. Maar een rijke taalbeheersing bestaat ook uit het kunnen herkennen, begrijpen en beheersen van verschillende andere, even specifieke registers en codes, en dat vereist een gevoeligheid en een respect voor taalvariatie.

Daarnaast is het zinvol om in de publieke ruimte wat vaker elementaire taalkundige inzichten te onderstrepen. Dat voorschriften en grammaticale regels op willekeurigheid berusten kan bijvoorbeeld een bevrijdend inzicht zijn voor wie dat nog niet beseft. Niets houdt ons tegen om dergelijke voorschriften na te leven, maar het blijft even legitiem om ze ter discussie te stellen. Andere opvattingen en ideeën zouden gerust uit de taboesfeer mogen. Minstens zou gediscussieerd moeten kunnen worden over de vraag waarom taalverschijnselen die nu tot de tussentaal worden gerekend niet als onderdeel van een ‘informele Belgische standaardtaal’ kunnen worden erkend. Even nodig blijft het om in te zien dat mensen het ver kunnen brengen zonder een vlekkeloze beheersing van wat officieel Standaardnederlands heet, dat ook contexten die traditioneel als homogeen standaardtalig worden beschouwd (zoals het onderwijs of justitie) in de praktijk een veelheid aan taalvormen herbergen, en dat taaldiversiteit niet problematisch hoeft te zijn (bijvoorbeeld op het vlak van verstaanbaarheid) als mensen zich een beetje coöperatief opstellen.

Kortom, de samenstellers van dit boek zijn niet vóór taalverarming, maar vóór taalverrijking, en pleiten niet voor verloedering, maar vinden dat er een eind mag komen aan de vanzelfsprekende vernedering die de strijd voor het Algemeen Nederlands onvermijdelijk met zich lijkt mee te brengen. Vernedering creëert immers schaamte. En onze geschiedenis bewijst dat dit gevoel veelal het tegendeel oplevert van wat tussentaalbestrijders als streefdoel belijden. Het gros van de Vlamingen bekeert zich niet tot de als ‘beschaafd’ voorgehouden omgangstaal, maar gaat zich onmondig voelen, bekeken en gecontroleerd. Waaraan ligt het eigenlijk dat de Vlamingen hun standaardtaal blijven dragen als een slechtzittend zondagspak? Zou de boertigheid hen dan werkelijk aangeboren zijn? Of verkiezen Vlamingen een doordeweekse plunje omdat hun zondagspak uit smetvrees al tweehonderd jaar op negentig graden wordt gewassen?

Het lijkt ons bovendien de ironie ver voorbij dat een regio die maar al te goed heeft ondervonden wat uitsluiting op grond van taal kan betekenen, het nu vanzelfsprekend vindt om al wie geen Standaardnederlands spreekt letterlijk een thuis te ontzeggen (Pascal Smet: “Wie geen Standaardnederlands leert, leeft – in Vlaanderen – buiten Vlaanderen”). Hoe klein zijn immers de verschillen tussen wat Franstaligen honderd jaar geleden over het Nederlands beweerden en de manier waarop vandaag in Vlaanderen wordt geoordeeld over het Verkavelingsvlaams in het bijzonder en anderstaligheid in het algemeen. Na twee eeuwen van taalstrijd gonst het hier nog altijd van de kaakslagen en het hoogverraad, met als voornaamste verschil dat de Fransvijandigheid intussen is aangevuld met een afkeer voor al wat de ‘eigen’ standaard zou bedreigen, hetzij van binnenuit of van buitenaf.

Hoe dan ook is het een gemiste kans dat Pascal Smets conceptnota Samen taalgrenzen verleggen weinig oor heeft voor de talen die de Vlaming daadwerkelijk gebruikt. Het is in deze omstandigheden grenzeloos naïef om te verwachten dat de Vlaming het Algemeen Nederlands snel als “knuffeltaal” zal aanvaarden. Wie verkrampt is kan niet knuffelen: dat geldt voor zij die Vlaanderen met het Standaardnederlands willen vergrendelen net zo goed als voor zij die vandaag geen rijke taalbeheersing kunnen, willen of durven te ontwikkelen. Als dit boek dat duidelijk kan maken, dan is het in zijn missie al half geslaagd. Als het voorts het startschot kan zijn voor een, nu ja, beschaafde gedachtenuitwisseling, dan willen wij zelfs gerust beginnen te knuffelen.

Opdracht

Het boek De manke usurpator: Over Verkavelingsvlaams is opgedragen aan Kas Deprez (1945-2000), wiens ideeën, humor en moedige helderheid blijven inspireren. Toen hij een kwarteeuw geleden uitlegde dat het Iers Engels doodgewoon een variëteit van het Engels mocht heten, verzuchtte hij: “Dat vanzelfsprekende, daar wacht ik op, vooral in Vlaanderen. Een sfeer waarin de Vlaamse taalsituatie even (on)interessant gevonden wordt als om het even welke andere” (1987: 768-769). We wachten nog altijd, zoveel is duidelijk. In afwachting hebben we aan het einde van het boek Deprez’ tekst “De taal van de Vlamingen” (1999) geherpubliceerd, met dank aan Lut Teck, zijn echtgenote, en Leo de Haes (uitgeverij Houtekiet) voor de toelating.

Lees de volledige inleiding van De manke usurpator: Over Verkavelingsvlaams hier.

Advertenties

5 comments

  1. Allez, dad edde gijle/gulder/geer/gieder weer goe gezeid! Al e chance dat er ook nog mensen zijn da gestudeerd hebben dad het beter kunnen uitleggen gelijk as ‘kik 😉

  2. Gelijk welke taal, met al zijn lokale varianten heeft een éénvormige standaard nodig, voor geografisch verspreid gebruik binnen de taal en om aangeleerd te worden door anderstaligen. Tussentaal en verkavelingsvlaams zijn in wezen ondingen die misschien wel gewestelijk bruikbaar zijn maar niet als standaard. Belgische standaardtaal is al helemaal een contradictio in terminis: is dat dan een vorm van Duits, Frans, Nederlands of een mengsel daarvan? België heeft gewoon geen eigen taal, laat staan een standaardtaal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s