De genomineerden voor De Manke Usurpator 2010

Op 19 oktober 2010 wordt de allereerste Manke Usurpator uitgereikt (zie ook hier). De gloednieuwe prijs is bestemd voor personen en organisaties die zich verdienstelijk maken in de strijd tegen de Vlaamse tussentaal, beter bekend als Verkavelingsvlaams. Roos van Acker, Mia Doornaert, Marc Reynebeau, Bart De Wever en 200 jaar Vlaamse neerlandistiek haalden de shortlist. De jury licht hieronder haar keuze toe. Het belooft een spannende strijd te worden, aangezien de juryleden in het verleden niet altijd van grote integriteit blijk hebben gegeven. U kunt hen dan ook beslist trachten te beïnvloeden met uw reacties op deze plek of via demankeusurpator@ua.ac.be.

Vooraf nog dit: het reglement van de Manke Usurpator bepaalt dat alleen Nederlandstalige Belgen of Belgische organisaties voor onderscheiding in aanmerking kunnen komen. De organisatoren willen niet miskennen dat sommige Nederlanders zich verdienstelijk hebben getoond in de strijd tegen Vlaamse taalverloedering. Onze noorderbroeders hebben echter kunnen profiteren van hun grote taalvoorsprong op Vlaanderen. De Manke Usurpator wil in de eerste plaats de moed prijzen van Vlamingen die niet te beroerd zijn om de achterstand van hun eigen natie te gispen. De Manke Usurpator is tot slot een louter symbolische blijk van waardering. De initiatiefnemers wijzen erop dat de dankbaarheid van gans het volk niet in euro kan worden uitgedrukt. De plechtige uitreiking van de eerste Manke Usurpator vindt plaats op dinsdag 19 oktober 2010 om 17u in het Hof van Liere (Prinsstraat 13, Antwerpen).

1. Roos van Acker

Televisie- en radiopresentatrice Roos van Acker spreekt niet alleen een Nederlands dat slechts zelden bijsturing behoeft van Jan Hautekiet of Ruud Hendrickx. Ze ademt, zweet en eet die taal. Zo belegt ze haar brood niet met schelletjes, maar met plakjes, eet ze puntbroodjes in plaats van sandwiches en bestelt ze haar frietjes niet in een ordinaire frituur maar in een friettent. Al op tienjarige leeftijd keek ze tv met het Groene Boekje in haar schoot om notoire tussentaalverspreiders als Bart Peeters te kunnen corrigeren. De jury wil Roos van Acker echter in de eerste plaats huldigen omdat ze openlijk durfde te solliciteren naar de functie van VRT-taaladviseur. Met deze uit-de-kast-verschijning stak ze Will Ferdy naar de kroon en schiep ze hip gezoem rond een beroep dat niet altijd de waardering toekomt dat het verdient. Van een ministerschap droomt Roos van Acker nog niet. Als ze evenwel ooit uitvoerende macht van politieke aard verwerft, dan zal ze het adjectief ‘beschaafd’ bij wet herintroduceren tussen Algemeen en Nederlands.

Kenmerkende uitspraak:

“[O]p mijn tiende [zat ik] met het Groene Boekje voor tv om Bart Peeters op verbale uitschuivers te betrappen. Ik verbeterde ook mijn klasgenootjes, stel je voor! Hoe nerdy kan je zijn. Wél verontschuldigde ik me altijd als ik het deed. Omdat ik uit eigen ondervinding wist hoe irritant het kan zijn dat iemand je voor zoiets op de vingers tikt.” (Jobat)

2. Mia Doornaert

De Standaard-columniste en Yves Leterme-adviseur Mia Doornaert heeft ongetwijfeld een rijke en beschaafde woordenschat, maar ‘genade’ heeft ze er zelfbewust uit geschrapt. Geen taalzonde is haar te onbeduidend. Een Gents dienstertje dat een klant durft aan te spreken met ‘jou’ krijgt stante pede drie kaakslagen voor haar grove schendingen tegen onze taalvoorschriften. Overdreven? Mia Doornaert is de oorlog niet begonnen. Enkele jaren geleden werd ze in Antwerpen uitgelachen omdat ze een kopje koffie en broodjes vroeg in plaats van ‘een tas’ en ‘pistoleekes’. Men zou voor minder wraak nemen op de Vlaamse horeca. Vermeld moet nog worden dat Mia Doornaert zich heeft toegelegd op het bedenken van zoveel mogelijk synoniemen voor het Verkavelingsvlaams. Dat leverde al de termen koetervlaams (naar analogie met koeterwaals) en verkavelingsbargoens op. Kortom, voor haar even onverdroten als creatieve verzet tegen het Verkavelingsvlaams eert de jury Mia Doornaert met een nominatie voor de Manke Usurpator.

Kenmerkende uitspraak:

“Het verschil tussen ‘u’ en ‘je’ ontgaat inderdaad de meeste Vlamingen. Je hoort ze ‘u’ zeggen tegen een kind, en een totaal onbekende met ‘je’ aanpreken. Je krijgt mails die beginnen met ‘zeer geachte mevrouw’ en dan ‘jou’ iets vragen. En er komt nauwelijks nog een mail of brief waarin ‘u’ en ‘je’, ‘uw’ en ‘jouw’ niet gruwelijk door elkaar gebruikt worden […] Het onvermogen die vormen uit elkaar te houden maakt deel uit van een algemene taalverloedering.” (De Standaard, 9 november 2009)

3. Marc Reynebeau

Marc Reynebeau heeft de jury kunnen bekoren met zijn campagne tegen de zogenaamde dialectpop die, zoals de historicus al vroeg besefte, de geesten van onze jeugd bederft. De Vlaamse dialectpopzangers zingen namelijk niet in een echt dialect, maar in ‘een tussentaal met een uitgesproken regionale tongval’. Terwijl de simpelen van geest zich laten verblinden door deze schijn van authenticiteit, ziet Marc Reynebeau de zaken zoals ze zijn: ‘taalonvermogen’. Recent etaleerde Reynebeau zijn gevreesde talent voor deconstructie nog eens in een dissectie van het gesprek tussen Godfried Danneels en het slachtoffer van Roger Vangheluwe. De jury oordeelt dat hij alleen daar al een prijs voor verdient.

Kenmerkende uitspraak:

“Dat blijkt het duidelijkst wanneer hij [Danneels] zegt: ‘Ge kunt ook vergiffenis vragen, hé, en uw schuld bekennen.’ Danneels gebruikt daar de tweede persoon enkelvoud als onpersoonlijk voornaamwoord, een synoniem voor ‘men’, waarmee hij niemand concreet bedoelt en het bestaan van een algemene regel suggereert. Dat doet hij nog enkele keren in het gesprek, soms ook met het veralgemenende ‘wij’ (‘We kunnen ook vergiffenis vragen en vergiffenis geven’). Dat verwart het slachtoffer, want wie is die ‘ge’ die vergiffenis moet vragen? […] Het verwarrende gegoochel met persoonlijke voornaamwoorden is deels wellicht een gevolg van de slordigheid die eigen is aan de Vlaamse tussentaal.” (De Standaard, 30 augustus 2010)

4. Bart De Wever

Politicus en historicus Bart De Wever is de vreemde eend in deze bijt. In tegenstelling tot de andere genomineerden kon hij tot dusver nog nooit worden betrapt op een overdreven beschaafd taalgebruik, alle Latijnse spreuken ten spijt. De jury van de Manke Usurpator vond in zijn openlijk beleden schaamte over zijn Verkavelingsberchems niettemin een prima reden om de voorzitter van de Nieuw-Vlaamse Alliantie met een nominatie te belonen. Als niemand anders weet hij dat de Vlaamse weg naar de beschaving met Algemeen Nederlands is geplaveid. (Ander plaveisel doet naar verluidt de Franstaligen in lachen uitbarsten.) Dat de Vlaamse natie in de 21ste eeuw nog altijd met een tussentaal zit opgescheept, grieft hem dan ook diep: ‘Natuurlijk vind ik dat erg. We zijn aan het verantwerpsen.’ De jury draagt De Wever voor als kandidaat voor de Manke Usurpator. Niet voor bewezen diensten, maar als een aansporing om zondebesef om te zetten in de kracht die zal nodig blijken om het Vlaamse volk weer op het pad van glorie te krijgen.

Kenmerkende uitspraak:

“Nivelleren naar boven werd ingeruild voor nivelleren naar beneden, met een enthousiasme alsof diarree de ideale remedie zou zijn voor constipatie. De gevolgen zie je het best aan ons taalgebruik. Het streven naar het doorsijpelen van algemeen Nederlands werd zo goed als opgegeven. Zelfs de openbare omroep vindt het vandaag normaal om populaire series te maken waarin de acteurs een soort tussentaal spreken. Die – mijn gedacht! – gretig ingang vindt. Het resultaat is een veralgemening van een soort randstedelijk Antwerps, gelardeerd met exotische klanken en uitdrukkingen uit andere provincies.” (De Morgen, 16 juli 2007)

5. 200 jaar Vlaamse neerlandistiek

Benno Barnard kan op onwijsheid noch op taalonvermogen worden betrapt. Van hem zijn de gevleugelde woorden dat Vlaanderen ‘in zijn eigen provinciale taalprut’ wegzinkt, en van het Verkavelingsvlaams weet hij dat het uit ‘gediftongeerde braaksimulaties’ bestaat. Toch gaan goede intenties af en toe ten koste van nuance. Neem Barnards hekel aan neerlandici. ‘Ze dienen allemaal in het water te worden geworpen!’, beval de auteur ooit, onmiskenbaar met een eindoplossing voor ogen (al vreesde hij dat het merendeel ‘van pure academische opgeblazenheid’ zou blijven drijven). Barnards voornaamste bezwaar tegen taalkundigen is dat ze dol zijn op verandering: ‘als het volk massaal een bepaalde taalfout begint te maken, staan ze verrukt toe te kijken, als ouders bij hun spelende kinderen’. Kom, kom, dit berust op een misverstand. Taalkundigen houden niet van verandering en van taalfouten gaan ze allerminst uit de bol. Sinds de Belgische onafhankelijkheid hebben neerlandici in Vlaanderen geijverd voor de invoering en het goede gebruik van een beschaafde omgangstaal. En met zo mogelijk nog meer bezieling hebben ze zich ingezet om alle onbeschaafde taalvariëteiten uit te roeien. Opgemerkt dient te worden dat hun verdelgingspogingen niet ten koste gingen van de authentieke schone Vlaamse dialecten. Die werden doorgaans met liefde en begrip bejegend. Nee, lang voor Geert van Istendael bonden neerlandici in Vlaanderen de strijd aan tegen allerlei schaduwtaaltjes die tussen dialect en cultuurtaal woekeren als onkruid. Creolisering mag goed genoeg zijn voor ontwikkelingsgebieden, maar voor een natie die hemelhoog in de vaart der volkeren wil worden opgestoten, liggen de zaken toch enigszins anders.
Voor haar nooit verminderde verantwoordelijkheidszin en haar bereidheid om wetenschap dienstbaar te maken aan het algemene belang, nomineert de jury de Vlaamse neerlandistiek voor de Manke Usurpator. Bij een collectieve prestatie hoort een collectieve nominatie. Zij die zich graag sociolinguïst noemen zijn echter expliciet uitgesloten van de eer. Sociolinguïsten zijn namelijk ‘gevaarlijke mensen, die de beschaving bedreigen en daarom dienen te worden opgesloten in een zonnige kliniek voor geesteszieken’. De woorden zijn wederom van Benno Barnard en in dit geval krijgt hij van de jury overschot van gelijk.

Advertenties

4 comments

  1. Heel goed idee.

    Mia Doornaert krijgt mijn stem omdat haar verhaal het grappigste was, al klinkt de beschrijving van kandidaat één eigenlijk meer angstaanjagend.

    Wat kandidaat 5 betreft wil ik alleen maar toevoegen dat er een enorm verschil is tussen actief dialecten steunen en te beweren dat ze “rijk” zijn en zeker gebruikt mogen worden zolang niemand het in het openbaar merkt.

    Is het even amusant om Roos Van Acker een poging te horen maken om “gewoon Vlaams” te spreken als ik mij bij die beschrijving voorstel?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s